Zo voorkom je nachtmerries bij kinderen door verbeelding te gebruiken

De drukte rond Sinterklaas kan bij kinderen voor behoorlijk wat spanning zorgen. En dat kan zich ook ‘s nachts uiten, in de vorm van (enge) dromen. GZ-psycholoog Arina de Vries, gespecialiseerd in slaap en slaapproblemen, legt uit hoe dat zit en hoe je de verbeelding van kinderen kunt gebruiken om enge dromen en nachtmerries te voorkomen.

Of je nu jong of oud bent: dromen doen we allemaal. Ook als je je er de volgende ochtend niets van kunt herinneren. Kinderen kunnen vanaf dat ze een jaar of drie oud zijn hun dromen – af en toe – navertellen, aldus De Vries, GZ-psycholoog bij het Centrum voor Slaapgeneeskunde van Kempenhaeghe.

“Toch hebben jonge kinderen nog vaak moeite met het onderscheiden van droom en realiteit. Dit onderscheid kunnen kinderen pas echt goed maken vanaf een jaar of negen”, vertelt De Vries.

Dromen kinderen meer dan volwassenen? “Dat durf ik niet met zekerheid te stellen”, antwoordt ze. “Er wordt weinig onderzoek naar dromen gedaan, maar kinderen slapen langer dan volwassenen, waardoor ze relatief meer REM-slaap hebben – de periode waarin we dromen – dus dat zou heel goed kunnen.”

Dromen dragen bij aan het verwerken van gebeurtenissen
Wel is bekend dat drie kwart van de kinderen weleens een nachtmerrie heeft, en één op de twintig kinderen heeft er wekelijks één. De Vries: “Meestal begint dit op een leeftijd van ongeveer 2,5 jaar tot ongeveer veertien jaar, met een duidelijke piek bij kinderen tussen zes en tien jaar oud. Daarna neemt het aantal nachtmerries weer af.”

Dromen worden beïnvloed door dingen die overdag gebeuren en dragen bij aan het verwerken ervan, aldus De Vries.

Een enge droom of nachtmerrie kan dus het gevolg zijn van iets dat een kind overdag heeft meegemaakt. Andere triggers kunnen zijn: stress, angsten en traumatische gebeurtenissen, maar ook erfelijke factoren en onvoldoende slaap.

“Bij onvoldoende slaap wordt de REM-slaap tijdens de volgende slaap ingehaald, wat leidt tot meer intense en levendige dromen en soms dus ook nachtmerries”, legt De Vries uit.

GezondheidZie ook: Hoe stress en nachtmerries invloed hebben op elkaar
Bij jonge kinderen hebben enge dromen vaak te maken met een recente vervelende gebeurtenis, zoals een prik of een hond die tegen ze aan gesprongen is. Bij oudere kinderen spelen indrukwekkende of emotionele gebeurtenissen eveneens een rol, maar zijn games, films en andere stressvolle situaties ook vaak de boosdoener.

Spanningen rond het sinterklaasfeest kunnen ook zeker een rol spelen, zegt De Vries. “Dat verschilt wel enorm per kind. Kinderen die snel angstig zijn, raken sneller gespannen in de periode rond Sinterklaas. Dit kan komen doordat er veel onverwachte dingen gebeuren, of gewoon omdat ze een beetje bang zijn voor Sint en Piet.”

Voorspelbaar ritueel helpt
Kun je als ouder iets doen om enge dromen bij je kind te voorkomen? “Je kunt het risico op de eerste plaats verminderen door een goede slaaphygiëne”, legt De Vries uit.

-Een goede slaaphygiëne:
-Op vaste tijden naar bed (en opstaan);
-Een donkere, rustige en goed geventileerde kamer;
-Een vast slaapritueel;

Eventueel een knuffel en een lampje met zacht licht.
“Iedere avond hetzelfde voorspelbare ritueel zorgt ervoor dat je kind ontspannen in slaap valt, en dat vermindert de kans op enge dromen”, legt de Vries uit. “Zo’n ritueel bestaat bijvoorbeeld uit: klaarmaken om naar bed te gaan, tandenpoetsen, wassen, een verhaaltje voorlezen, een liedje zingen en gaan slapen.”

Daarnaast is het belangrijk om voor voldoende slaap te zorgen, stress te verminderen en blootstelling aan enge of stimulerende beelden te vermijden.

Laat je kinderen hun verbeelding gebruiken
Ook voor als je kind ‘s nachts wakker wordt uit een enge droom, heeft De Vries advies: “Blijf op de eerste plaats rustig en troost je kind”, vertelt ze. “En stel voor om aan fijne dingen te denken.”

Wat je volgens haar nog meer kunt doen, zeker als kinderen terugkerende enge dromen hebben die over hetzelfde thema gaan, is kinderen vragen hun verbeelding te gebruiken. “Laat je kind een tekening van de droom maken, en vervolgens het papier verkreukelen en weggooien.”

Of probeer – samen – een mooi einde van een enge droom te verzinnen. Stel: je kind droomt steeds dat het wordt achtervolgd door monsters. Bedenk dan bijvoorbeeld dat als het kind achterom kijkt, het geen monsters blijken te zijn, maar lieve jonge poesjes.

“Dit kun je zelfs overdag samen oefenen”, aldus De Vries. “Als je kind dan ‘s nachts wakker wordt, kun je het in de praktijk toepassen. Een kind voelt hierdoor dat het meer controle heeft en zal veel minder bang zijn.”

Bron: nu.nl